Waarom blauw de kleur was
van goden en keizers
De Romein noemden het caerulea — het hemelsblauwe, het blauw van Jupiter zelf. Het was de kleur van de mantel van de keizer, de kleur van het uitspansel waaronder zijn macht zich uitstrekte. Geen kleur was kostbaarder, geen kleur straalde meer gezag uit.
Eeuwen later, in de werkplaatsen van Delft, vonden Europese ambachtslieden een manier om dit keizerlijke blauw te vangen op keramiek. Ze deden het in een poging het onbetaalbare Chinese keizerlijke porselein te evenaren — het wit-blauwe aardewerk dat de Ming- en Kangxi-keizers lieten maken en dat als het kostbaarste object ter wereld werd beschouwd. De Delftenaren maakten geen kopie. Ze creëerden iets nieuws: een volledig Europese interpretatie van een keizerlijk ideaal.
Het resultaat veroverde een continent.